Hazen  

De haas is forser dan een konijn. Heeft langere poten en oren met een zwarte punt. Hazen zijn tot 65 cm groot en hebben een grijze tot geelbruine vacht. De dunnen wolharen tussen de dikkere dekharen zijn bij hazen wit (bij konijnen grijs). De staart van een haas hangt meestal horizontaal waardoor je meestal alleen de zwarte bovenkant ziet. Hazen zijn vooral in de schemering en ’s nachts actief, maar ook wel overdag. Overdag rusten ze in hun legers (ondiepe kuilen), ze hebben geen holen. Het voedsel bestaat uit grassen, kruiden en gewassen als graan, mais en klaver. Hazen leven meestal solitair. Hazen kunnen in een seizoen vier nesten werpen met gemiddeld elf jongen. De jongen zijn al behaard en hebben de ogen open.

Verspreiding

De haas komt vrijwel in heel Europa voor behalve in IJsland en Noord-Scandinavië. Zelfs op grote hoogtes in de Alpen. Ze hebben een voorkeur voor gras- en bouwland, open bos, heide en kwelders.

Hazen en schade   

Hazen hebben vanwege hun graasgedrag een grote invloed op de vegetatie. Belangrijke doodsoorzaken van hazen (en konijnen) zijn ziekten zoals myxomatose, VHS en EBHS, het verkeer, de landbouw en de jacht. De grote sterfte onder jongen komt onder andere door het intensieve maaibeheer en het verdwijnen van perceelsranden door schaalvergroting. Omdat hazen schade kunnen veroorzaken aan land- en tuinbouwgewassen, mogen ze bejaagd worden. Ze zijn onder de Wet natuurbescherming beschermd als nationale soort.

Oplossingen

Om schade aan land- of tuinbouwgewassen te voorkomen kunnen diverse maatregelen worden getroffen. Met de juiste ontheffing kan voor bestrijding met roofvogels,  fretten of het geweer(door een jachtakte houder) gebruik worden gemaakt.

terug