Konijnen 

Een konijn is geen knaagdier, maar behoort tot de haasachtigen (dubbeltandigen). Konijnen hebben een grijsbruine vacht, een okerkleurige nek en een donkere rand aan de oorpunten. Ze zijn tot 45 cm lang, hebben een korte staart die aan de onderkant wit is en lange achterpoten. De laag dunne wolharen die tussen de dikkere dekharen te zien is, is bij konijnen altijd grijs (bij hazen wit). Konijnen zijn vooral in de schemering en ’s nachts actief. Ze leven in holen met vele gangenstelsels en hebben de voorkeur voor zandige bodems waarin ze makkelijk kunnen graven. Het voedsel van konijnen bestaat uit scheuten en wortels van grassen en kruiden en loten van struiken en bomen. Per seizoen hebben konijnen meestal twee tot drie nesten jongen. Dit kan oplopen tot wel 20 nakomelingen per vrouwtje.      

Verspreiding

Konijnen zijn in de vroege Middeleeuwen vanuit Frankrijk en het Middellandse Zeegebied ingevoerd en komen voor in vrijwel heel west- en midden Europa. In heel Nederland komen ze voor. Ze hebben de voorkeur voor het halfopen landschap, tuinen en bosranden. Belangrijke doodsoorzaken bij konijnen zijn virusziekten als myxomatose en VHS. 

Konijnen en schade

Konijnen hebben een grote invloed op de vegetatie doordat ze grazen. Ze kunnen knaagschade veroorzaken aan land- en tuinbouwgewassen en graafschade veroorzaken op begraafplaatsen, sportvelden of in tuinen. Daarom mogen ze bejaagd worden. Konijnen vallen binnen de Wet natuurbescherming onder de nationaal beschermde soorten.

Oplossingen

Om schade aan gewassen te voorkomen kunnen diverse maatregelen worden getroffen zoals het aanbrengen van kunststofkokers om boomstammen of struiken. Met de juiste ontheffing kan ook voor bestrijding met roofvogels,  fretten of het geweer(door een jachtakte houder) gebruik worden gemaakt.

terug