Wilde zwijnen 

Het wild zwijn, everzwijn, of ook wel zwartwild genoemd, is de wilde voorouder van het gedomesticeerde huisvarken. Het dier heeft een borstelige vacht en een langwerpige kop met een sterke snuit. De mannetjes, keilers, hebben twee slachttanden en kunnen wel 200 kg zwaar worden. De vrouwtjes zijn kleiner en lichter. Wilde zwijnen zijn in de schemering en ’s nachts actief en het zijn alleseters. Ze eten met name plantaardig voedsel waaronder eikels, kastanjes en delen van planten, bessen en vruchten, maar ook knaagdieren, insectenlarven en zelfs aas. Vrouwtjes krijgen vier tot zeven jongen per worp, meestal in maart. Bij gunstige omstandigheden zijn twee worpen per jaar mogelijk. Wild zwijn is zeer geliefd bij jagers vanwege het vlees wat vaak gebruikt wordt in stoofpotten. Vaak staat wild zwijn in de winter op de menukaart in restaurants.    

Verspreiding

Wilde zwijnen komen over de hele wereld voor. In veel landen zijn ze geïntroduceerd. In Nederland was het wild zwijn in de 19e eeuw uitgestorven, maar is door prins Hendrik in 1907 weer uitgezet. Ze leven in groepen die uit vrouwtjes en jongen van het eerste en tweede jaar bestaan. Keilers leven meestal solitair. Ze komen voornamelijk voor in bosgebieden van loofhout of gemengd bos, maar ook in landbouwgebied. Ze hebben een voorkeur voor eiken-beukenbossen vanwege het voedselaanbod aan eikels en beukennootjes (mast).    

Wilde zwijnen en schade

Wilde zwijnen kunnen veel schade aanrichten in landbouwgebieden, maar ook in bijvoorbeeld aan particuliere tuinen. Met zijn snuit wroeten ze de bodem open, leggen graspollen om en trekken zoden uit. Soms wroeten ze hele velden of akkers om, op zoek naar voedsel.   

Oplossingen

Wilde zwijnen onder de Wet natuurbescherming beschermd als nationale soort. Wilde zwijnen mogen zonder ontheffing niet meer bejaagd worden. Een ontheffing is via de provincie mogelijk om de schade aan landbouwgewassen te beperken. Vanaf 2002 mogen wilde zwijnen niet meer worden (bij)gevoerd. Wel mag een kleine hoeveelheid lokvoer worden gebruikt, dit is 15 kg/100 ha. Elektrische draadrasters of aangelegde wildakkers met mais kunnen oplossingen zijn om schade aan de landbouw te voorkomen. Ook kunnen bermen langs wegen verschraald worden zodat wilde zwijnen niet op zoek gaan naar voedsel langs wegen.  

terug