Juridisch kader EPR-bestrijding 

Gemeenten, boom- en terreineigenaren en wegbeheerders moeten actief maatregelen nemen tegen eikenprocessierupsen (EPR). Ook waarschuwing en voorlichting erover behoort tot die taak. Een benadeelde kan proberen zijn schade op grond van ‘onrechtmatige daad’ op de gemeente te verhalen indien deze nalaat Epr te bestrijden. Ook dient de gemeente haar eigen Bouwverordening met betrekking tot het verbod op hinderlijk ongedierte op erven en terreinen na te komen en waar mogelijk te handhaven. Overtreding van de Bouwverordening / Woningwet door het niet bestrijden van Epr, is een economisch delict en is dus strafbaar. Een burger kan bij zijn gemeente een verzoek tot handhaving van de Bouwverordening indienen. Ook dieren die weidegang in de buurt van Epr krijgen, mogen geen gezondheidsklachten krijgen. Is dat het geval dan dient de gemeente handhavend in te grijpen.

Omdat boombeheerders en beleidsmakers behoefte hebben aan informatie, hebeen we deze verplichtingen samengevat. De meest gestelde vragen over Epr-bestrijding vindt u hier. Als u verder leest, krijgt u nog meer informatie over het juridisch kader rond Epr-bestrijding.

Onderzoek

Eind 2011 verrichtten mr. B.M. Visser en mr. Kitty Goudzwaard in opdracht van de Plantenziektenkundige Dienst voor de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit onderzoek naar alle juridische ins en outs rondom bestrijding van eikenprocessierups. (Zie o.a.:  mr. B.M. Visser & mr. A.V.K. Goudzwaard, “Juridisch kader in relatie tot Eikenprocessierups-problematiek” , Den Haag:  Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2011). De belangrijkste vraag was of er juridisch gezien verplichtingen zijn tot het bestrijden van Epr. Mogelijke rechtsgebieden die verplichtingen geven zijn het privaatrecht, publieksrecht en strafrecht. Epr kan door de brandharen gezondheidsklachten geven. Het ligt dus voor de hand dat overheden daarom maatregelen nemen om deze overlast te beperken. Is dit echter een verplichting en voor wie? Lastig is dat een gemeente ‘verplichtingen’ kan hebben om te voorkomen dat zij aansprakelijk is voor schade. Maar ook kunnen zij ‘hardere’ verplichtingen hebben die voortkomen uit wetten en regels. De noodzaak tot bestrijden is er echter wel degelijk. Enerzijds om te voorkomen dat een gemeente aansprakelijk is voor schade, anderzijds op grond van wetten en regels.

PRIVAATRECHT

(Privaatrecht omvat wet- en regelgeving m.b.t. private personen of rechtspersonen. Een gemeente heeft in haar rol als boomeigenaar ook te maken met het privaatrecht.) Een gemeente kan als eigenaar van een boom of beheerder van een terrein te maken krijgen met Epr. Veroorzaakt die Epr schade bij een derde dan kan deze de gemeente aansprakelijk houden voor de schade. De vraag is dan in hoeverre de gemeente daadwerkelijk aansprakelijk is voor die schade. Heeft de gemeente wel voldoende maatregelen genomen om schade te voorkomen?

Onrechtmatige daad
Grondslag voor vergoeding van schade door Epr is de ‘onrechtmatige daad’ van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. De oorzaak van de schade moet de gemeente dan wel zijn toe te rekenen. De gemeente moet schuldig zijn aan de schade. Dit is de zogenaamde ‘schuldaansprakelijkheid’. Op grond van een drietal grondslagen kan dit het geval zijn. De gemeente heeft dan:  

A)     Inbreuk gedaan op een recht; dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij inbreuk op het ‘eigendomsrecht’ of gezondheid van een ander. De gemeente voert bijvoorbeeld geen bestrijding uit in de buurt van een Bed & Breakfast.  Dit zou dan het gebruik van Bed & Breakfast onmogelijk maken. Hierdoor lijdt de ondernemer schade en kan de gemeente aansprakelijk zijn.

B)      Een wettelijke plicht geschonden: Overtreding van wet- en regelgeving kan een grondslag voor onrechtmatige daad zijn.  In veel gemeentelijke Bouwverordeningen staat dat het verboden is hinderlijk ongedierte aanwezig te hebben op erven en terreinen. Ondervindt iemand hierdoor schade dan kan hij op deze grondslag een beroep doen. Heeft de gemeente goed beleid en uitgewerkte protocollen voor de bestrijding van Epr op haar eigen terreinen/bomen en houdt men zich hieraan, dan is niet te verwachten dat een schadeclaim op deze grondslag succesvol zal zijn. Toch betekent dit wel dat de gemeente op grond van haar eigen regelgeving ook al een ( privaatrechtelijke) zorgplicht heeft tot bestrijden. 

C)      Iets gedaan of nagelaten dat maatschappelijk gezien niet hoort; Laat een gemeente gevaarlijke situaties in stand of waarschuwt zij onvoldoende dan kan zij aansprakelijk zijn bij schade. Vuistregels om dit te voorkomen zijn:

  • Schade zal ernstig zijn; dan moet gemeente meer maatregelen nemen. Bijvoorbeeld bij scholen.
  • Kans op schade is groter; dan moeten er meer maatregelen genomen worden. Bijvoorbeeld Epr aanwezig bij evenement.
  • Maatregelen zijn eenvoudig te nemen in verhouding tot schade; dan moet gemeente deze maatregelen ook uitvoeren.
  • Overheid zal eerder maatregelen moeten nemen dan burger.

Schade
Iemand die schade lijdt moet wel kunnen aantonen dat er echte schade is en dat deze veroorzaakt is door Epr. Dit oorzakelijke verband moet duidelijk aangetoond worden. Heeft een gemeente echter voldoende gedaan om schade door Epr te voorkomen en kan zij dit aantonen dan is zij ondanks deze schade niet aansprakelijk. De gemeente heeft dan aan haar ‘zorgplicht’ voldaan. Soms is een gemeente wel aansprakelijk maar moet de andere partij toch een gedeelte van de eigen schade dragen. Dit is het geval als een bezoeker van een terrein duidelijke waarschuwingen in de wind slaat. Dan heeft deze persoon ook zelf schuld aan zijn schade. 

Wegen
De gemeente is ook wegbeheerder. Is een weg gebrekkig en lijdt iemand daardoor schade dan kan de schade geclaimd worden op grond van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek. Op het onderhoud van wegen rust een zwaardere ( risico-) aansprakelijkheid dan op het onderhoud van bomen. Toch geven Epr-resten op wegen niet de zwaardere ‘risicoaansprakelijkheid’ van dit art. 6:174 BW. Omdat het niet om het wegdek zelf gaat maar om Epr-resten die zich op het wegdek bevinden is hierop slechts de ‘schuldaansprakelijkheid’ van art. 6:162 Burgerlijk Wetboek van toepassing. Zet een gemeente zich voldoende in om Epr te bestrijden en waarschuwt zij afdoende, dan heeft zij aan haar zorgplicht voldaan en is zij niet aansprakelijk voor schade.

Rechtspraak
Er is slechts één rechterlijke uitspraak bekend waarbij Epr-bestrijding centraal stond. De rechtbank Roermond (Rechtbank Roermond 18 juni 2008 rolnr. 81352) stelt daarin dat een gemeente een zorgplicht heeft tot het voorkomen of beperken van overlast door Epr. Dit omdat de rups gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid. Ook al is de gemeente niet voor het ontstaan van Epr verantwoordelijk, bij verhoogd gevaar moeten toch afdoende maatregelen genomen worden. Is bestrijden niet mogelijk dan moet afdoende gewaarschuwd worden. De rechter oordeelt dat:

  • De gemeente onderbouwd heeft dat zij structureel heeft getracht Epr ter plaatse te bestrijden. Na ingewonnen deskundigenadviezen mocht de gemeente ervan uitgaan dat het gebruikte bestrijdingspreparaat op het gebruikte tijdstip effectief was. (Opmerkelijk is dat nu blijkt (waarschijnlijk uit voortschrijdend bestrijdingsinzicht) dat de bespuiting met Xen Tari WG van 24 mei tot 10 juni geen effect heeft gehad omdat de larven al te ver ontwikkeld waren. De eiser had dus feitelijk gelijk met zijn stelling dat de gemeente te laat was met het bestrijden.)
  • Weliswaar geen Epr- bestrijdingsbeleid of draaiboek bij de gemeente voor handen was, maar wel aantoonbaar overleg met verschillende deskundigen is geweest. Gemeente kon en mocht vertrouwen op de ingewonnen adviezen.
  • Gemeente de burgers heeft voorgelicht over de risico’s van Epr.
  • De mate waarin Epr bestreden kan worden mede afhankelijk is van factoren waarop de gemeente geen invloed had. (Dit is wat deskundigen noemen: honderd procent bestrijden van Epr kan niet; het gaat om het beheersbaar maken van een plaag en het voorkomen van extremen).
  • Vast staat dat de brandharen van de rups vele jaren (5 tot 8 jaar volgens deskundigen) hun gevaarlijke werking blijven behouden, zodat de zorgplicht van een gemeente niet verder kan reiken dat het beheersbaar houden van de overlast. (De rechter veralgemeniseert hier de irriterende activiteit van de brandharen aan de hand van informatie over de activiteit van brandharen uit massale hoeveelheden in de bodem gestorte rupsrestanten. Deze brandharen kunnen bij verstoring van de stortplaats na 5 tot 8 jaar nog overlast geven. Over de tijdsduur van de irriterende activiteit van brandharen die door wind en regen op grondoppervlakken terecht komen, zijn geen gegevens bekend. Bron: gesprek 15 juni 2011 met Dr. Ir. J.J. Fransen, Nieuwe VWA-Divisie Landbouw en Natuur.)
  • Schade in dit geval ook een gevolg kan zijn van brandharen, die zijn achtergebleven na bestrijding of van brandharen (uit nesten) van de jaren voorafgaande aan het jaar van geleden schade.

Dit betreft wel een oudere zaak. Met de kennis van vandaag de dag kan de rechter anders oordelen. Uit deze zaak blijft echter dat als een gemeente voldoende maatregelen genomen heeft zij niet aansprakelijk is voor de schade.

WETTEN EN REGELS PUBLIEKRECHT

Bouwverordening/Woningwet
Heeft een gemeente een Bouwverordening met daarin het verbod op hinderlijk ongedierte op erven en terreinen? Dan moet de gemeente ook zelf dit verbod nakomen en dus Epr op die terreinen bestrijden. Een gemeente zal dit verbod echter ook moeten handhaven.  In het ergste geval kan een zelfs een burger bij de gemeente een handhavingsverzoek indienen. Een verzoek bijvoorbeeld tot aanpak van de buurman die weigert iets te doen aan zijn eiken vol Epr. Ook de Woningwet schrijft voor dat geen hinder van erven af mag komen. Overtreding van de Bouwverordening in samenhang met de Woningwet is een economisch delict.  Niets doen aan Epr is dus in beginsel strafbaar als men daarbij de Bouwverordening overtreedt.

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Dieren kunnen gezondheidsklachten krijgen door weidegang in de buurt van Epr. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren kan in dat geval gevolgen hebben. Deze wet geeft een zorgverplichting die op een ieder rust. Dit houdt in dat een gemeente die terreineigenaar is en weet heeft van dierenleed door Epr op die terreinen, een zorgplicht voor deze dieren heeft. Op die verplichting kan ook gehandhaafd worden.    

terug