Boom en erfgrens 

Gemeenten hebben in het verleden nog wel eens bomen zeer dicht bij erfgrenzen geplant. In veel gevallen weet men dan niet dat ook de verwijdering van deze gemeentelijke bomen kan worden gevorderd. Soms staan gemeentelijke bomen zelfs direct op particuliere percelen. Dit kan problemen geven bij overlastklachten of indien de gemeente de bomen willen kappen of wil overlaten aan de perceeleigenaar. Wilt u hiervoor beleid opstellen dan kan onze boomjurist mr. A.V.K. ( Kitty) Goudzwaard u in deze kwesties adviseren. Onderstaan een uitleg van het juridisch kader.

 

De verboden zone tot erfgrens

Om te voorkomen dat bomen die dicht op de erfgrenzen staan overlast geven wordt in artikel 5:42 BW de mogelijkheid geboden de verwijdering te vorderen. Wel is men daarbij aan een verjaringstermijn gebonden. Twintig jaar na datum van aanplant of ontspruiting op de locatie is de verjaring een feit. Daarbij geldt dat de boom dan wel vanaf die tijd zichtbaar moest zijn en dus boven een mogelijke erfafscheiding uitkomt. Toch is dit alles niet het enige dat een rol kan spelen. Want hoe zit het met een schutting die jaren na aanplant wordt gezet of met percelen waarbij er wel buren zijn, maar geen vastgestelde erfgrenzen?

Kan de verwijdering niet meer gevorderd worden, dan zou bij de rechter gesteld kunnen worden dat men een erfdienstbaarheid heeft op het houden van de boom in de ‘verboden zone’. Erfdienstbaarheid wil zeggen dat het ene erf een ‘dienst’ levert aan het andere erf. Hierbij is de ‘dienst’ het recht om dichtbij de erfgrens een boom te houden. Men verkrijgt dan echter een erfdienstbaarheid op het houden van die specifieke boom. Valt de boom om wat voor reden dan ook om, dan mag er geen nieuwe vervangende boom in de verboden zone komen. Dat is extra zuur als de boom is omgevallen omdat de buurman de wortels onrechtmatig heeft weggekapt…

Een gemeente kan voorkomen dat ook verwijdering van gemeentelijke bomen kan worden gevorderd. Weliswaar lijkt artikel 5:42 BW aan te geven dat deze regel niet voor openbare bomen geldt. De rechtspraak geeft echter aan dat een gemeente daarvoor wel haar zaken goed moet regelen. Door haar eigen bomen in beleidstukken een bijzondere status te geven en door in de APV of BVO op te nemen dat voor bomen op openbare terreinen de afstand nihil mag zijn. Doet een gemeente dit niet, dan geldt dat een eigenaar van een aangrenzend perceel ook verwijdering van de gemeenteboom kan vorderen.

Voor heggen en heesters geldt de kleinere afstand van 50 cm tot de erfgrens. Ook hier kan per gemeentelijke verordening van worden afgeweken. Een probleem kan zijn dat niet duidelijk is wanneer iets een boom of een heg is. De rechter houdt daarbij vaak de hoogte aan als aanknopingspunt. Beweert een eigenaar dat zijn 4 m hoge aanplant een heg is, dan kan de rechter eisen dat deze heg voortaan niet hoger dan 2,25 m mag zijn om dan ook echt als heg door het leven te kunnen gaan. Staat een twijfelgeval zoals een hazelaar (heester of boom) in een kleine tuin, dan zal de rechter deze eerder als boom beoordelen dan als heester.

 

Samen een boom: mandeligheid  

In de artikelen 5:60 tot en met 5:68 BW staan de regels over mede-eigendom of mandeligheid. Staat een boom met de stamvoet op de erfgrens, dan is de boom het gezamenlijk eigendom van de beide perceeleigenaren. De bekende mandeligheid. De eigenaren moeten dan overeenstemming hebben als er iets aan de boom veranderd moet worden. Daar lijkt wel een grens aan te zijn. Het zal niet zo zijn dat als een eigenaar onderhoud en controle wil verrichten om schade aan voorbijgangers te voorkomen, de andere eigenaar dit voor altijd kan blokkeren. Beide eigenaren hebben de normale onderhoudsverplichtingen. Kosten van onderhoud moeten worden gedeeld. Lijdt iemand schade door de boom, dan is iedere eigenaar hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor het gehele bedrag. De uitbetalende partij zal dan zijn helft van het schadebedrag bij de andere eigenaar moeten gaan verhalen. Een boom kan met een paar centimeter over de perceelgrens naar mandeligheid ‘toegroeien’.

 

Gemeenteboom over erfgrens

Soms staan gemeentebomen in voortuinen van particulieren. In het verleden werd dit nog weleens gedaan op grond van een kwalitatieve verplichting in een koopakte. Met daarbij een beding dat ook de rechtsopvolger de boom moest gedogen. Toch blijkt dat later een lastige constructie. Vaak werd namelijk vergeten dat de kwalitatieve verplichting niet het eigendom van de boom regelde. Een gemeenteboom mogen planten is één ding; door natrekking wordt de grondeigenaar echter automatisch eigenaar van de boom. Gevolg: veel onduidelijkheden over aansprakelijkheid, zorgplicht en mogelijkheden tot vellen en rooien. Vooral lastig in tijden van bezuiniging. Lang niet altijd is echter sprake van een vastgelegde overeenkomst. Het komt voor dat bomen in het verleden zijn aangeplant in tuinen bij woningen in eigendom van een gemeente. Bij verkoop blijft dan vaak de zorgplicht voor de bomen bij de gemeente. De gemeente controleert en onderhoudt ook dan bomen van een andere partij. Wil een gemeente toch bomen in voortuinen van particulieren planten, dan kan dat beter door het vestigen van een opstalrecht. Dit zakelijk recht is een recht dat bij verkoop van de grond in stand blijft. Verder is het recht ook overdraagbaar.

 

Wilt u graag meer informatie over wat Cobra groenjuristen voor u kan betekenen? Neem dan contact op met boomjurist A.V.K. Goudzwaard.

terug